maandag 16 november 2009

Duivelse Tarzan

Net als de meeste oudere mensen vraag ook ik mij af; waar gaat het heen met de jeugd, wat gebeurt er met de wereld? Misschien dat op een dag, als de wereld een stukje fatsoenlijker is geworden, mensen dit verhaal lezen en er van leren. Wat mijn familie is overkomen is meer dan een vloek van god, en ik kan niet anders dan vermoeid toekijken hoe mijn eeuwig leven straks, over niet al te lange tijd, voortgezet zal worden in een zee van vlammen. Toch zal de eeuwige verbranding minder pijn doen dan de schaamte waaronder ik in dit leven gebukt ga.
Ik zit in de bovenkamer, in mijn torentje, het fijnste plekje van de wereld waar ik op een oude typmachine mijn verhaal ga doen. Ik wordt hier niet verstoord, ik heb simpelweg geen telefoon en mijn man komt nooit meer boven. Het is rustig en als ik uit het raam kijk zie ik enkel gras, bomen en vogels. Het gevoel dat mij overspoeld als ik hier zit is intens, ik kan vergeven, voelen en denken met de wijsheid van mijn voorouders. De vraag of dit mijn lot is of enkel het resultaat van slechte keuzen stel ik mijzelf al lang niet meer. Toch denk ik vaak terug aan de dag dat ik hem voor het eerst tegenkwam. Ik hielp mijn moeder met het uitdelen van kleding bij het rode kruis, ik was jong, misschien een jaar of 14. We werden verliefd en waren een lange tijd gelukkig. Toen we, we hadden al bijna opgegeven, toch een kindje kregen. Ons geluk kon niet op, maar dat was van korte duur. Mijn lieve Berend kreeg op het werk een auto op zijn benen, deze viel van een krik. Het was een stom ongeluk waarna hij zonder benen verder het leven doormoest. Dat uitgerekend zijn enige dochter met een automonteur moest trouwen, daar is hij nooit overheen gekomen.
Wel een vriendelijke man verder hoor, die Cor, af en toe mag ik een keertje met hem mee, de ruimte in. We vliegen door de duisternis en kijken van een afstand naar de aarde. We filosoferen over het leven en proberen het te bevatten en ook van ons af te schudden. Maar hoe snel we ook door de ruimte sjeesen en hoe klein en begrijpelijk de wereld er ook uitziet, er veranderd niets. Behalve misschien dat ik mijn haar een week niet hoef te föhnen.
Het waren geen beste genen om met die van mijn familie te mengen. Maar dat wisten we toen nog niet, het leek in het begin niet slecht. Cor’s moeder, Trijntje, zet zich in voor de lokale bieb, een nobel streven. Ik weet dat ze erg gebukt gaat onder haar Man, Gerrid. Letterlijk en figuurlijk heeft Trijntje mij wel eens verteld. Al geeft Gerrid zijn leven voor het geloof, ik krijg de kriebels van hem. Vandaar ook dat hun andere zoon Jos zo’n vreemde vogel is geworden. Zelfs zijn hond is een vreemde vogel en heet Havik. Geen vrouw wil hem, zijn geur doet iedereen walgen. Het gaat de robotfetisj van zijn moeder te boven.
Dit alles zou nog niet zo erg zijn als het geen overduidelijke rol had gespeeld in mijn eigen stamboom.
Mijn kleinkinderen zijn duivels.
De oudste, AnneRoos, is een schande voor de mensheid. Hoe ze erbij loopt in haar minirokjes en naar Jan en alleman loopt te lonken. Ze kan het respect niet eens opbrengen om mijn oude buurman met rust te laten. Op mijn verjaardag vorig jaar ging ze bij iedereen op schoot zitten, het was werkelijk ongehoord.
De jongste in nog erger, Arend Jan, een misbaksel, een straf van god.
Mijn arme dochter, ze heeft altijd haar best gedaan en nu is ze vervloekt met die kinderen. Ze heeft er zelf ook een tik aan overgehouden denk ik. Toen ik een keer door haar spullen zat te neuzen kwam ik allemaal tuigjes tegen. Ik dacht eerst nog dat het voor een dier was. Een hondenriem ofzo. Toen ik haar vroeg of dit zo was grinnikte ze en zei ‘zoiets ja’. Toen begreep ik het, ik ben de enige in deze familie die een beetje normaal is gebleven.
De vraag is nu of ik me bij mijn lot neerleg. Of ik nu afwacht tot ik zal sterven en zal branden in de hel voor het nageslacht dat ik heb geleverd. Als ik toch zal branden kan ik misschien nog iets uitproberen heb ik bedacht. In mijn torentje ben ik alleen met god en mijn nieuwe beste vriend. Als hij begint te vibreren weet ik zeker dat de duivel bezit van me heeft genomen. Lang voordat ik hem bestelde uit de Wehkamp. Mijn Tarzan.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten